Historiek BuSO

Het begon in 1825

Petrus Jozef Triest, de grondlegger van de Congregatie Broeders van Liefde, had met de Zusters van Liefde in 1820 in de Molenaarsstraat in Gent onderwijs voor meisjes ingericht. Om dit werk te kunnen verder zetten, vroeg Triest steun aan de regering en stelde tevens voor een school voor dove jongens op te richten en deze toe te vertrouwen aan de Broeders van Liefde.

Op 17 maart 1825 begon Petrus Jozef Triest met de Broeders van Liefde een school voor 12 dove jongens in de Bijloke te Gent, waar de Congregatie achttien jaar eerder was ontstaan. Het doel van Triest was om hen voor te bereiden op zelfstandig leven door een gedegen beroepsopleiding. Doven waren toen immers veroordeeld om te bedelen en enkel een goede scholing kon hen daar aan onttrekken.

 

 

 


In die beginperiode waren het vooral de stielen van kleermaker en schoenmaker die doven bij uitstek uitoefenden. Deze beroepen konden zij perfect zelfstandig uitvoeren en bovendien waren communicatieproblemen met de horende wereld tot een minimum herleid.

 

 

 

 

 

Het was in deze periode dat Koning Willem I van de Nederlanden, onder de indruk van wat hij tijdens een bezoek had ervaren, aan de jonge voorziening de titel van 'Koninklijk Instituut' verleende. Na de onafhankelijkheid van België werd deze titel door Koning Leopold I bestendigd.

De naam van het instituut dateert overigens van 1862 toen in de Rooigemwijk, bij ons beter bekend als 'de Appelstraat', een nieuwe vestigingsplaats werd betrokken, genoemd naar Vader Gregorius, toenmalige Generale Overste van de Congregatie. Het instituut is daar het langste gehuisvest geweest, bijna honderd jaar. Maar ere wie ere toekomt: het was niet Broeder Gregorius, wel Broeder Aloysius, toenmalige Generale Overste tot 1862, die het instituut van de ondergang heeft gered. Het voortbestaan was bedreigd omdat de Bijlokecampus op 1 september 1862 moest verlaten worden. Broeder Aloysius liet met geleende en gebedelde gelden een nieuw instituut bouwen dat betrokken kon worden in oktober 1862. Was het niet zo geweest dat luttele maanden daarvoor Broeder Gregorius tot nieuwe Generale Overste was verkozen, dan had dit "het KOC Sint-Aloysius" geheten.

Van meet af aan blijkt men hard en degelijk gewerkt te hebben. De pioniers voor de toch zeer bijzondere onderwijs- en opvoedingsmethoden hadden hun kennis door ervaring en studie vervolmaakt en andere medebroeders opgeleid.
Uit aantekeningen van menig bezoeker weten we dat niet alleen alle vakken van het gewoon onderwijs door gebarentaal onderwezen werden, maar ook dat de meest begaafden leerden liplezen en spreken en dat reeds een opleiding bestond in verschillende "ambachten".


Deze eerste 125 jaar van onze geschiedenis zijn het onderwerp van één van de twee grote keramieken die men in de inkomhal van onze voorziening kan bewonderen (lees meer).

 

 

 

 

 

Dichter bij ons in de tijd heeft het Sint-Gregoriusinstituut zich gekenmerkt als een voorziening die nieuwe doelgroepen opnam die ontstonden uit de bestaande. 

 

 

Honderd jaar later: een tweede doelgroep

 

1937 betekende de start van een nieuwe afdeling kinderen en jongeren met een (neuro-)motorische handicap. Aanvankelijk werden deze kinderen en jongeren als extern en vanaf 1951 als intern opgenomen.

 

1958: verhuis naar Gentbrugge

Een nieuwe mijlpaal was 1958, toen de Appelstraat werd verlaten om het gloednieuwe instituut in Gentbrugge te betrekken.

Dit was meteen de aanzet voor de opname van een nieuwe doelgroep kinderen en jongeren met spraak-, taal- en leermoeilijkheden, die gegroeid was uit het onderwijs aan doven en slechthorenden.





De laatste decennia werden dan gekenmerkt door een snellere evolutie op het vlak van differentiatie naar andere doelgroepen zowel in de scholen als in het toenmalige Medisch Pedagogisch Instituut:

  • Vanaf 1985 werden jongeren met gedrags- en emotionele problemen opgenomen, dit op secundair niveau. Op niveau van het lager onderwijs gebeurde dit vanaf 1995.
  • Uit deze groep groeide dan vanaf 1997 de doelgroep kinderen en jongeren met autismespectrumstoornissen.