Ondersteuningsnetwerk diverGENT - expertisenetwerk Type 4 - expertisenetwerk type 7

 

Wat is het ondersteuningsnetwerk diverGENT?

Dit is een samenwerking tussen de scholen Buitengewoon Onderwijs en scholen Gewoon Onderwijs in de regio Gent voor ondersteuning van de leerlingen met ondersteuningsvragen type basisaanbod, type 3, type 9 en type 7 STOS.

Het huidig ondersteunersteam diverGENT  is het vroegere "GON-team" van Sint-Gregorius en IVIO Binnenhof en de collega’s uit de waarborgregeling .

“Gewone en buitengewone scholen brengen op gelijkwaardige basis en in co-creatie de deskundigheid samen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (fase 2-3 zorgcontinuüm) en de leraren(teams) die met deze leerlingen werken, te ondersteunen.”

In de zorg voor leerlingen kan een aantal fasen onderscheiden worden die op een zorgcontinuüm geplaatst worden. In dit continuüm krijgen alle leerlingen een plaats. Zorg blijft niet beperkt tot leerlingen die nood hebben aan extra begeleiding. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen zal de zorg wel een andere invulling krijgen. Waar de zorg in het begin van het continuüm dezelfde is voor alle leerlingen (fase 0 Brede Basiszorg en fase 1 Verhoogde Zorg), wordt deze in de volgende fasen intensiever en focust deze op een steeds kleinere groep leerlingen (fase 2 Uitbreiding van Zorg en fase 3 IAC).

Voor een kleiner aantal leerlingen volstaat ook de Verhoogde Zorg niet en is er nood aan bijkomende ondersteuning. Hiervoor dienen zij aangemeld te worden bij het CLB dat een handelingsgericht diagnostisch traject zal opstarten. Het CLB neemt de regie op zich voor het verloop van het diagnostisch traject. Tijdens dit proces wordt geregeld samengewerkt met de school, de ouders en de leerling. Het CLB bekijkt verder of er aan alle wettelijke voorwaarden voldaan wordt om een Gemotiveerd Verslag in functie van ondersteuning op te starten.

 Meer info: www.divergent.gent 

Wat is het expertisnetwerk type 4?

Dit is een samenwerking tussen drie scholen uit het Buitengewoon Onderwijs, Buso Sint- Gregorius- Ten Dries Landegem en Sint Lodwijk Kwatrecht en het gewoon onderwijs voor ondersteuning van de leerlingen met ondersteuningsvragen type 4

Leerlinggebonden financiering blijft (er is een voorafname uit het algemeen pakket ondersteuningsmiddelen)
CLB meldt aan, ism ouders en school (via zorgloket of rechtstreeks bij het expertisenetwerk)
Leerkracht en leerlinggerichte begeleiding, kan flexibel in duur en intensiteit
Begeleiding vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen in andere netten blijft mogelijk
Afspraken voor Oost-Vlaanderen
 
 

Wat is het expertisenetwerk type 7?

Dit is een samenwerking tussen de school uit het Buitengewoon Onderwijs, Buso Sint- Gregorius en het gewoon onderwijs voor ondersteuning van de leerlingen met ondersteuningsvragen type 7

Leerlinggebonden financiering blijft (er is een voorafname uit het algemeen pakket ondersteuningsmiddelen)
CLB meldt aan, ism ouders en school (via zorgloket of rechtstreeks bij het expertisenetwerk)
Leerkracht en leerlinggerichte begeleiding, kan flexibel in duur en intensiteit
Begeleiding vanuit Katholiek Onderwijs Vlaandceren in andere netten blijft mogelijk
Afspraken voor Oost-Vlaanderen
 
 meer info en aanmelden:   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  
 

Hoe ONdersteuning aanvragen?

Indien je voor je zoon of dochter ondersteuning wil aanvragen, dien je het CLB van de huidige school van je zoon of dochter aan te spreken. Zoals hierboven reeds vermeld zal het CLB bekijken of er een handelingsgericht diagnostisch traject kan opgestart worden. Bevraag het CLB op tijd, dan hebben zij de mogelijkheid om alles in orde te brengen voor de aanvraag  voor ondersteuning.

Voor studenten geldt er een geheel nieuwe regeling en verwijzen we door naar de website van het siho: www.siho.be

 

Voor meer informatie kan u terecht bij:

 
BuSO Sint-Gregorius
Jules Destréelaan 67
9050 Gentbrugge
Adjunct-Directeur BuSO: Saskia de Clercq
Tel: 09 210 01 52
Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Wat kan het ondersteuningsteam van BuSO Sint-Gregorius bieden?
Ondersteuning en begeleiding in het Gewoon Onderwijs door leerkrachten verbonden aan het Buitengewoon Secundair Onderwijs Sint-Gregorius met als doel de (re)integratie in het Gewoon Onderwijs te bevorderen:


  • Systeemgerichte begeleiding: ondersteunen, versterken en informeren van leerkrachten en school op lange termijn: tips geven, sensibiliseren, organiseren van introductie en/of vorming, klasondersteuning…

  • Individuele leerlinggerichte begeleiding op vlak van schoolse vaardigheden, leren leren en organisatie, integratie en sociaal-emotionele vaardigheden, …

  • Ondersteunende functie bij zoektocht naar aanpassingen, maatregelen, hulpmiddelen,… dit op niveau van de leerling, de klas en de school.

  • Communicatie en overleg met ouders. Continuïteit verzekeren tussen thuissituatie en school.

  • Samenwerking met het CLB en indien gewenst met externe partners (vb. thuisbegeleidingsdienst, therapeut,…)

Het bieden van hulp op maat staat voorop. In samenspraak met ouders, school en CLB wordt de ondersteuningsvraag verhelderd en geëvalueerd en samengebracht in het Individueel Handelingsplan of IHP. Het doel is het zo zelfstandig mogelijk functioneren van de leerling binnen de school.

 

Doelgroepen:

1. Vanuit het BuSO Sint Gregorius en IVIO Binnenhof Gent, kan er ondersteuning gegeven worden aan volgende doelgroepen, op het niveau van Secundair Onderwijs

- jongeren met Gedrags- Emotionele Stoornissen (GES)
- jongeren met een Neuro- Motorische Handicap (NMH)
- jongere met een Auditieve Handicap (AH)
- jongere met een Spraak- Taal- en OntwikkelingsStoornissen (STOS)
- jongere met AutismeSpectrumStoornissen (ASS)

 

2. Vanuit volgende types

Type 3

Een Gedrags- en Emotionele Stoornis? Wat is dat?

Elke vorm van ‘moeilijk gedrag’ vraagt extra aandacht en begeleiding door de school, maar niet bij elk moeilijk gedrag is er sprake een ‘gedragsstoornis’. Jongeren met een Gedrags- en Emotionele Stoornis (GES) - in het Gewoon Onderwijs - zijn (rand)normaalbegaafde jongeren. Hun zorgvraag kan zich op verschillende manieren uiten. Er wordt van externaliserend (agressie, hyperactiviteit, …) en internaliserend (angst, depressie, …) probleemgedrag gesproken. Deze twee uitingsvormen lijken op het eerste zicht heel verschillend, maar we zien dat ze vaak dezelfde kenmerken hebben: problemen op gebied van sociale contacten, psychisch functioneren en schoolprestaties. Het is echter belangrijk om te beseffen dat jongeren met een GES zeer sterk van elkaar verschillen, in die mate dat een globaal beeld schetsen quasi onmogelijk is.

Op gebied van sociale contacten, ervaren jongeren met GES vaak problemen in de klasgroep omwille van hun gedrag en soms gebrekkige sociale vaardigheden wat vaak tot gevolg heeft dat zij niet altijd even graag gezien zijn in de klas. Volwassenen die hen willen ondersteunen, botsen soms om moeilijk gedrag, zoals bijvoorbeeld verbaal agressieve reacties, zich afzetten tegen volwassenen, … of juist heel aanklampend tot extreem meegaand gedrag.  
Naar schoolprestaties toe kan de situatie van jongere tot jongere verschillen, maar vaak liggen hun gedrag- en emotionele problemen aan de basis van hun zwakke resultaten. Ze hebben in de eerste plaats behoefte aan een vertrouwenspersoon op de school, zodat ze weten dat ze er niet alleen voor staan.

 

Type 4

Een (neuro-) motorische beperking? Wat is dat ?

De term (neuro-) motorische beperking is heel ruim. Er bestaan verschillende vormen, met elk een eigen patroon qua motoriek en bewegen. In sommige gevallen (vb. bij een hersenletsel) gaat de beperking ook samen met problemen op andere gebieden (intelligentie, spraak, gehoor, …). Gezien de grote verschillen binnen deze groep van personen, is het moeilijk een globaal beeld te schetsen.

Leerlingen/studenten met een diagnose DCD kunnen ook een type 4-attest krijgen, indien de motorische problemen een ernstige impact hebben op het schools functioneren.
DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, een stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen (ontwikkelingsdyspraxie). Dit is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van (licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een grote bewegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met fijnmotorische vaardigheden. Deze problemen kunnen apart voorkomen, maar veel vaker treden ze in combinatie op.

Jongeren met ontwikkelingsdyspraxie (DCD - coördinatie-ontwikkelingsstoornis) hebben opvallende en blijvende moeilijkheden met (fijne en grove) motorische vaardigheden. Ze hebben een  moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift, zijn onhandig, zijn langzaam bij het omkleden, hebben moeite met Lichamelijke Opvoeding en met evenwicht en reactievermogen.

 

Type 7 AH

Een Auditieve Handicap? Wat is dat?

Een Auditieve Handicap wordt vaak beschreven als een ‘onzichtbare beperking’. Een permanent gehoorverlies heeft echter ingrijpende gevolgen voor de gehele ontwikkeling, opvoeding en/of het functioneren van de slechthorende of dove persoon. Het tijdstip van optreden van het gehoorverlies speelt hierin een belangrijke rol, nl. vóór of na de ontwikkeling van de gesproken taal. De eerste levensjaren zijn cruciaal voor de taal- en spraakontwikkeling van een kind.
Dove kinderen die geboren worden in een doof gezin kunnen in een voor hen volledig toegankelijke taal communiceren met hun dove ouders en evolueren gelijklopend met hun horende leeftijdsgenoten qua communicatie.  Voor hen is Vlaamse Gebarentaal dan ook hun moedertaal.  Het leren van een gesproken taal blijft moeilijk aangezien het spontaan leren niet evident is.

Zo’n 95%, volgens sommigen zelfs 98%, van alle dove kinderen heeft horende ouders. In Vlaanderen wordt daarvan momenteel zo’n 95% geïmplanteerd (Bolle & VLOK-CI, 2013; De Raeve in Vandenreyt, 2014).  Deze kinderen groeien op in een horende omgeving en hebben niet altijd de mogelijkheid om visueel te communiceren.  Verschillende initiatieven proberen horende ouders te begeleiden in het leren visueel communiceren met hun kind met een gehoorproblematiek.
Tegenwoordig wordt er zeer vroeg geïmplanteerd, waardoor de kinderen met een CI de kans hebben om de taalontwikkeling op eenzelfde leeftijd te verwerven als hun horende klasgenoten.  Toch moet hierbij bijzondere aandacht gaan naar de specificiteit van hun taalverwerving, want deze kinderen horen een mechanische omzetting van taal naar elektronische impulsen.  Dit resulteert in een ander geluid waarbij sommige aspecten juist makkelijker zijn (bijvoorbeeld schoenen met hakken horen naderen in de gang) en anderen juist veel moeilijker zijn (bijvoorbeeld een stem filteren uit omgevingsgeluid en intonatie horen).  

Zowel de CI-jongeren als slechthorende jongeren zijn vaak zelf heel goed verstaanbaar waardoor de beperking nog meer onzichtbaar wordt.  Hoewel ze soms perfect kunnen praten, missen ze nog veel auditieve input.  Vaak vereist dit van hen een grote assertiviteit om te duiden op de hiaten in de communicatie. Het sociale aspect van

De regel dat een leerling met attestering type 7 matig slechts 2 jaar recht had op begeleiding, is niet meer van toepassing. De zorgvraag
wordt jaar na jaar opnieuw bekeken.
 

Type 7 STOS 

Een spraak- en taalontwikkelingsstoornis? Wat is dat?

Het is moeilijk om een duidelijke lijn te trekken over wat STOS nu precies is. Er is veel variatie in de taalprofielen van jongeren met STOS. Problemen met betrekking tot de taalontwikkeling kunnen zich situeren op het vlak van taalbegrip, taalproductie of op beide vlakken. Vaak is er veel diversiteit in de verschillende componenten van de taalontwikkeling. (naar Zink en Breuls, p. 40 - 41).

Er worden verschillende termen gebruikt om deze problematiek te benoemen. Men spreekt onder meer van Spraak- en TaalOntwikkelingsStoornissen (STOS), van OntwikkelingsDysfasie (OD) of van SLI (Specific Language Impairment). In elk geval is er meer aan de hand dan een taalvertraging en is er sprake van hardnekkigheid en van een stoornis. Leerlingen/studenten met STOS vertonen vaak volgende kenmerken: beperkt vermogen om wederkerig te communiceren, vertraagde verwerking van informatie en zwak taalbegrip problemen bij eigen mondelinge communicatie, zwak metalinguïstisch bewustzijn, problemen met conceptuele ontwikkeling en weinig innerlijke taal.

 
Type 9

Een Autisme Spectrum Stoornis (ASS)? Wat is dat?

Mensen met ASS verwerken informatie op een andere manier dan de ‘gemiddelde’ mens. Onderzoek wijst uit dat ze, net als iedereen, informatie uit hun omgeving opvangen, maar dat hun hersenen deze informatie op een fundamenteel andere manier verwerken. Onze hersenen filteren in om het even welke situatie de meest belangrijke beelden, geluiden, … . Dit helpt ons dingen, gebeurtenissen en relaties tussen mensen met elkaar in verband te brengen, er betekenis aan te geven en er snel en gepast op te reageren. Bij mensen met ASS verloopt dat selectieproces anders. Er lijken wel te veel, te weinig of op dat moment totaal onbelangrijke beelden, geluiden, geuren, … door hun hersenfilter te glippen. Na het selectieproces blijft dan ook andere informatie over dan bij ons het geval is, ook al bevinden we ons in dezelfde situatie. Hun brein schept als het ware een ‘eigen werkelijkheid’.

Begaafde mensen met ASS proberen dat selectieproces bewust te beïnvloeden. Na veel hersenwerk slagen ze er soms in onze werkelijkheid (waarheid?) te benaderen. Dit kost hen echter veel tijd en energie.
ASS uit zich in eerste instantie het opvallendst in het gedrag: enerzijds vertonen ze problemen m.b.t. sociale communicatie en sociale interactie (sociaal emotionele wederkerigheid, non-verbale communicatie en ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties), anderzijds hebben ze moeite op het vlak van flexibel denken en handelen (repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten). Men spreekt van de dyade van ASS.

We mogen echter niet uit het oog verliezen dat elke persoon met ASS anders is! Elke persoon bezit een unieke persoonlijkheid die – zoals bij iedereen – door individuele levenservaringen wordt bepaald.